DE GESCHIEDENIS VAN LANDHUIS Bona Vista

Van strohut tot Vriendenwijck


 

 

 

 

 

 

 

In 1760 stond, waarBona Vista zich nu bevindt, alleen een strohut die bekend stond als “Norden”.  Toen de weduwe van de eigenaar van  Jan Koster Pieter, in 1787 voor een bedrag van 500 pesos verkocht, stond er al een stenen gebouw. het is niet duidelijk of dit het eerste gedeelte van het huidige landhuis was. De nieuwe eigenaresse, Esther Calvo, noemde het landhuis toen Buena Vista (Spaans voor “mooi uitzicht”).Ze heeft niet lang genoten van haar bezit want het landhuis werd in 1798 verkocht aan Matthias Lulls die het omdoopte tot “Vriendenwijck”.

Matthias gebruikte het landhuis als buitenverblijf omdat de reis vanaf de stad (Punda) per koets of paard minstens anderhalf uur duurde en hij door de week zijn bezigheden in de stad had. Dan woonden alleen de slaven op het goed. In die tijd werden er voornamelijk mais, groente en vruchten voor eigen consumptie geteeld . Ook werden er geiten gehouden voor vlees en melk. Het landgoed was, en is nog steeds, gelegen op een zeer rijke waterbron waardoor er voldoende zoetwater was voor de teelt en het vee (het huidige zwembad wordt nog steeds dagelijks ververst met water uit deze bron). Later wordt water dan ook de voornaamste bron van inkomsten als er zoetwater wordt verkocht naar de, op brak water gelegen, stad (Punda). In die tijd is schoon drinkwater een schaars goed en wie een bron heeft, kan geld verdienen.

 

 

 

Bona Vista

Na elf jaar met zijn vrienden genoten te hebben van "Vriendenwijck" verkoopt de heer Lulls in 1799 het landgoed aan de joodse koopman Hain Abinum de Lima, die het huidige landhuis echt vorm heeft gegeven en rijk heeft inricht. Hij noemt het “Bona Vista” (Papiamentu voor “mooi uitzicht”, maar dit kan ook een verbastering van het Portugese “Boa Vista” zijn). Het landhuis had toen de ingang aan de huidige achterkant (de kant van het huidige zwembad) en de trappenpartij was de formele ingang.

De kombuis (losstaand keuken) werd in 1798 door Lulls nog gebouwd net voordat hij het Landgoed aan De Lima verkocht (je vraagt je dus af waarom hij het huis verkocht nadat hij net een kombuis had aangebracht). Pas in 1898 werd er de huidige overdekte galerij tussen de keuken en het huis gebouwd. Kennelijk heeft het ruim 100 jaar geduurd voordat men het nodig vond om droog tussen huis en keuken met het eten te kunnen lopen in het regenseizoen. Naast de keuken is een klein kamertje (nu een toilet en opbergruimte), die als strafcel voor ongehoorzame slaven werd gebruikt.

Rond 1830 wordt er een ingrijpende verbouwing uitgevoerd. De huidige voorkant van het huis wordt toegevoegd. Het verschil met de oude achterkant is duidelijk te zien aan de kopgevels, het nieuwe gedeelte heeft een zwierige en krullende topgevel, in tegenstelling tot de meer strakke gevels van het oude gedeelte. Ook werd toen het koetshuis gebouwd met paardenstal zodat meneer en mevrouw hun rijtuig netjes konden stallen.


 

Eigenaren

 

 

 

 


 

 

 

 

Tussen 1787 en 1857 heeft het huis in totaal 17 eigenaren gehad. Deze vormden een bont gezelschap; met onder andere joodse en protestante kooplieden, een joodse weduwe en een boekhouder-generaal Anthony Beaujon. Deze Beaujon was de voormalige Secretaris van de Gouverneur van Essequebo en Demerrara (tegenwoordig Brits Guyana), destijds een kolonie van de West Indische Compagnie. Tussen 1800 en 1803 hield hij de post van boekhouder-generaal op Curaçao . Het gerucht doet de ronde dat een amoureuze verhouding met een beeldschone slavin ertoe leidde dat de laatste eigenaar het landgoed naliet aan haar en hun kinderen.

Het pand raakt in verval als het telkens via erfgenamen wordt overgedragen aan kinderen die niet het nodige kapitaal bezitten om het in stand te houden. Naarmate het aantal erfgenamen toeneemt wordt het praktisch onmogelijk het pand te verkopen omdat er nooit overeenstemming kan worden gevonden met alle nazaten, een van de redenen dat er op Curaçao zoveel prachtige oude gebouwen nog steeds in vervallen staat verkeren.

 

 

Location

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

Landhuizen werden altijd op hoog liggende grond gebouwd, waardoor het altijd in het zicht was van andere landhuizen. Zo kon er bij onraad hulp komen van de andere landhuiseigenaren. In het verleden waren er maar liefst 17 landhuizen zichtbaar vanaf Bona Vista .Door de verstedelijking is dat niet meer het geval, maar met enige moeite zijn nog steeds de landhuizen Girouette, Groot Davelaar, Zeelandia, en Van Engelen zichtbaar.

De muren van dit landhuis zijn, in tegenstelling tot andere landhuizen die gebouwd zijn van rotsen en koraalsteen, opgebouwd uit Zeeuwse ballastklinkers die in de lege West Indische Compagnie schepen werden gebruikt als ballast voor de reis vanuit Nederland. De klinkers werden op Curaçao gelost want de lading voor de terugreis gaf dan voldoende ballast. Deze klinkertjes zijn binnen en op de terrassen nog steeds zichtbaar.

Landhuis Bona Vista

Djonoramarthaweg 4

Willemstad, Curacao